Hoe Nolan het klassieke epos transformeert
Afgelopen zaterdag zat ik met mijn beide dochters in de relaxfauteuils van Pathé, een bak veel-te-zoute popcorn delend, terwijl we ons onderdompelden in Christopher Nolans The Odyssey. Bijna drieënhalf uur later (inclusief pauze) verlieten we de zaal met een lading filmmagie in ons hoofd en een hoop vragen.
Ik heb wel wat kritiek op bepaalde delen, maar als geheel was The Odyssey meeslepend en boeiend. Nolan slaagt erin om Homerus’ klassieke epos te transformeren tot een visueel spektakel dat gaat over oorlog, heimwee en menselijke trauma’s. De film heeft een prettige aardsheid – al had het hier en daar best wat literairder gemogen (gelukkig kwam Athena af en toe toch om de hoek kijken).
Het origineel versus de film
Homerus’ Odyssee is een van de oudste literaire werken ter wereld (rond 800 v.Chr.) en volgt Odysseus’ tienjarige reis naar huis na de val van Troje. In het originele epos moet hij door bizarre beproevingen: het eiland van Circe, de Sirenen, Scylla en Charybdis, en de cycloop Polyfeem. Nolans aanpak? Hij heeft het epos gestript. De monsters zijn er zeker, maar hebben meer een bijrol in Odysseus’ persoonlijke strijd rond de vraag: Wie ben ik nog als ik thuiskom? Het eiland van Circe is bijna een psychologische instelling geworden.
Matt Damon als Odysseus
Damon blinkt uit in de stille momenten: wanneer Odysseus zich realiseert dat zijn vrouw verder is gegaan, dat zijn zoon hem niet kent, dat het huis waar hij van droomt niet meer bestaat. De ontmoeting met zijn zoon Telemachus (Tom Holland) – tien jaar later – is rauw en vol schuldgevoel. Damon speelt het superieur met een kalme wanhoop.
Anne Hathaway als Penelope en Tom Holland als Telemachus
In het origineel zit Penelope thuis, omringd door honderd vrijers die om haar hand dingen. Ze weeft overdag en haalt haar werk ‘s nachts uit om tijd te winnen – het beroemde verhaal van geduld en loyaliteit. Nolans film geeft Penelope eindelijk de schermtijd die ze verdient en gaat nauwelijks over haar weefwerk.
Tom Holland als Telemachus krijgt juist minder ruimte. In het origineel heeft hij zijn eigen heldentocht, maar Nolan vertrouwde op (of koos voor) Damon en Hathaway. Telemachus blijft met zijn babyface wat aan de zijlijn hangen – jammer.
Hoe Nolan het origineel respecteert
Athena’s ingrepen blijven aanwezig als subtiele spirituele begeleiding – heel mooi uitgevoerd. De thuiskomst verandert van karakter: in plaats van een epische battle tegen de vrijers creëert Nolan een intiem drama over het herstel van verbroken relaties. Het lange wachten blijft centraal staan, maar gaat niet langer om romantische anticipatie – het gaat om psychologische verwoesting en de vraag hoe je een leven heropbouwt na oorlog en verlies.
Visueel spektakel
Hoyte van Hoytema (de Nederlandse cinematograaf die ook Tenet en andere Nolan-films schoot) levert prachtig werk. De zee is grijs en dreigend, het licht is kil en realistisch – je voelt dat je in een verloren wereld bent. Soms ziet de film er bijna documentair uit, wat de menselijke kanten versterkt, zelfs in de scènes in de Hades. Nolan filmde rondom en op de Middellandse Zee, in Schotland, IJsland en de Sahara; Van Hoytema verbruikte - zo las ik - maar liefst 609 kilometer aan filmrol en dat klinkt aan de ruime kant.
Leestips
Een goede aanleiding voor (her)lezing:
- Ilios & Odysseus, Imme Dros & Harrie Geelen (ill.), Querido, €24,99 – Onbetwist de mooiste jeugdversie. Bij Dros klinkt proza als poëzie.
- Odyssee, Stephen Fry, vertaling Pon Ruiter e.a., Thomas Rap, €24,99 – Fry toont zich een eloquente, geestige verteller met een frisse, eigentijdse toon.
- Extra tip: in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden zijn dit jaar doorlopend activiteiten rondom De Odyssee, onder de naam ‘Odysseus & Penelope; van klassiek verhaal tot hedendaagse inspiratiebron’ (rmo.nl).








